Uit een onderzoek, dat in opdracht van Symantec is uitgevoerd, blijkt dat de back-upstrategie van de Nederlandse bedrijven vaak onvolledig is. De strategie is betrouwbaar, maar zorgt vaak niet voor een back-up van desktops en notebooks. Daarnaast is er te weinig bekend over de benodigde hersteltijd en/of de kosten bij het falen van een systeem. 63 procent van de ondervraagde bedrijven heeft hier ook nog niet mee te maken gehad. Aan het onderzoek is deelgenomen door IT-managers van 150 Nederlandse bedrijven met minimaal 150 werknemers.
Vrijwel alle ondervraagde bedrijven maken dagelijks een back-up van de data op de servers: 99 procent. Rondom de niet-serversystemen liggen de verhoudingen totaal anders: slechts drie procent maakt ook een back-up van de desktops en geen enkel bedrijf neemt laptops mee in de back-uproutine. In de VS wordt er minder structureel met backups gewerkt: 35 procent maakt geen regelmatige backup van de data. Het meest gebruikte medium om gegevens op te slaan is nog steeds tape. Tapes worden door 73 procent van de bedrijven gebruikt, 22 procent werkt met tapes en met disks. Vijf procent gebruikt alleen schijven.
Als een server faalt dan heeft bijna een kwart van de bedrijven (23 procent) meer dan twee uur nodig om het systeem weer in de lucht te krijgen. Hiervan heeft elf procent meer dan een halve dag voor nodig, zes procent een dag of meer en de resterende vijf procent weet het niet. De rest, 77 procent, heeft binnen twee uur weer de beschikking over een werkend systeem. In het algemeen hebben de bedrijven geen idee wat het herstellen van een systeem gemiddeld kost.
In de conclusie van het artikel staan een aantal aanbevelingen zoals: volledigheid van de backup inclusief werkstations en laptops, controle van integriteit van de gemaakte backup, de keuze voor disk of tape, automatisering van de routine en het maken van goede procedures en actieplannen voor herstel.