Na eerdere vaststellingen met betrekking tot SLI-mogelijkheden van de nForce4 Ultra-chipset besloot AnandTech dat het tijd werd om dit in de praktijk uit de proberen en te benchmarken. Kort na de voorstelling waarbij MSI een 'semi-SLI mode' draaide op een moederbord met de nForce 4 Ultra, wijzigde nVidia zijn drivers echter zodat deze configuratie onmogelijk gemaakt werd. Op CES stelde ook DFI zijn moederborden voor met een nForce4 SLI, maar ook met de nForce4 Ultra en twee PCI Express x16-sloten. Met behulp van deze borden ging AnandTech aan het testen.
Ook bij DFI moest men in eerste instantie gebruikmaken van een oudere driverversie. Al vlug bleek echter dat het volstond een aanpassing in het register door te voeren om de Ultra-chipset in SLI-mode te laten werken met de Forceware 70.41-drivers. Wanneer de chips van dichtbij bekeken worden, merkt men op dat ze bijna identiek zijn, met uitzondering van het ontbreken van één verbinding bij de nForce4 Ultra. Na het manueel verbinden van deze contactpunten, het instellen van de jumpers op SLI-mode en het aanbrengen van een SLI-verbinding tussen de videokaarten werd het systeem opgestart en onmiddellijk herkend als SLI-chipset met de Forceware-drivers versie 71.40.
Om te bepalen of de prestaties van de gemodificeerde chipset gelijkwaardig zijn aan die van de originele nForce4 SLI worden drie testconfiguraties samengesteld. Gebaseerd op een DFI Lanparty UT nF4 Ultra-D en een DFI Lanparty nF4 SLI-DR met één of twee MSI 6800 Ultra PCI Express-videokaarten, een Athlon 64 4000+ en 1GB geheugen. Bij de aangepaste chipset wordt één videokaart in het x16-slot geïnstalleerd terwijl de andere in het x2-slot geplaatst wordt. Met driverversies vanaf 71.xx wordt de x16/x2-combinatie echter uitgeschakeld, maar Gigabyte's 3D1 dual videokaart blijkt wel nog te werken op de gemodificeerde chipset. Bovendien valt het te verwachten dat er binnenkort gehackte drivers zullen verschijnen die de x16/x2-ondersteuning weer activeren.
![]() | |||
![]() | ![]() | ||
![]() | |||
![]() | 2x 6800 Ultra x8/x8 | ![]() ![]() ![]() | ![]() |
![]() | |||
![]() | 2x 6800 Ultra x12/x2 | ![]() ![]() ![]() | ![]() |
![]() | |||
![]() | MSI 6800 Ultra | ![]() ![]() ![]() | ![]() |
![]() | |||
![]() | Gigabyte 3D1 (dual 6600GT) x16/x2 | ![]() ![]() ![]() | ![]() |
![]() | |||
![]() | Gigabyte 6600GT | ![]() ![]() ![]() | ![]() |
![]() |
In alle benchmarks weet de gehackte Ultra-chipset de nForce4 SLI met een minieme achterstand bij te houden en is de prestatiewinst ten opzichte van andere configuraties aanzienlijk te noemen. In Doom 3 en Half-Life 2 is de x16/x2-configuratie ongeveer drie tot twaalf procent langzamer dan de standaard x8/x8-SLI-mode, maar in Far Cry is deze aangepaste versie zelfs 1,6 tot 2,8 procent sneller. AnandTech besluit dan ook dat de nForce4 Ultra en SLI eigenlijk dezelfde chips zijn waarbij enkele eigenschappen uitgeschakeld werden voor de Ultra. De prestaties van een x16/x2-configuratie liggen verrassend dicht bij die van x8/x8-SLI, zodat men voor de prijs van een gewoon bord een uitstekende SLI-plank in huis kan halen.