Inleiding
Een paar keer per jaar passeren wij tweakers een bijzondere mijlpaal in het processorlandschap en vorige maand was het de beurt aan processorfabrikant AMD om met de introductie van de Athlon XP 2200+ het teken der vooruitgang te brengen. Van een afstandje bekeken lijkt de XP 2200+ weinig opwindende veranderingen met zich mee te brengen. Het zijn echter niet de 100 extra QuantiSpeed puntjes of de 66MHz hogere kloksnelheid die deze processor bijzonder maken, maar de vernieuwingen onderhuids. De XP 2200+ maakt als eerste telg uit de Athlon familie gebruik van de nieuwe Thoroughbred core, die als eerste AMD processor wordt vervaardigd met behulp van 0,13 micron technologie. AMD zet daarmee een belangrijke stap voorwaarts.

AMD Athlon XP processor met 0,13 micron Thoroughbred core
De miniaturisering van 0,18 naar 0,13 micron heeft een aantal voordelen voor AMD. De chips worden kleiner waardoor meer processors per wafer geproduceerd kunnen worden, de productiecapaciteit omhoog gaat en de productiekosten per processor lager worden. De kleinere chips nemen genoegen met minder energie, waardoor zij minder warm worden en op hogere kloksnelheden kunnen werken. Snellere processors kunnen voor een hogere prijs verkocht worden. Nadelen zijn er ook: een overgang van productietechologie vergt enorme investeringen van de chipbakker en ook niet onbelangrijk: de processors produceren meer warmte op hetzelfde oppervlak, waardoor betere koeltechnologiën noodzakelijk kunnen zijn.
Het feit dat AMD nu pas overstapt op 0,13 micron illustreert de achterstand die AMD momenteel op zijn grote concurrent Intel heeft. Intel begon ongeveer een jaar geleden met het produceren van 0,13 micron processors. Aanvankelijk werd de technologie toegepast op de mobile Pentium III, daarna op de server versies van de Pentium III en sinds eind 2001 wordt ook de desktop Pentium 4 op 0,13 micron geproduceerd. Dat laatste betekende een belangrijke kostenbesparing voor Intel, omdat de 0,18 micron Pentium 4 door zijn enorme die-size van 218 vierkante millimeter aanzienlijk duurder was om te produceren dan de veel kleinere Thunderbird en Palomino cores van AMD. De 0,13 micron Northwood Pentium 4 is nagenoeg even groot als de 0,18 micron Palomino core: 136 versus 128 mm^2. Tevens slaagde Intel erin om de toch al goede schaalbaarheid van de Pentium 4 nog verder te verbeteren. Het resultaat is dat een gemiddelde Northwood core zonder problemen naar 2,6GHz of meer kan overklokken.
Bij AMD ging de situatie ondertussen van kwaad naar erger. Tot de release van de Northwood Pentium 4's in januari van dit jaar kon de chipfabrikant uit SunnyVale op prijs en performance meekomen met Intel. Dat was snel afgelopen toen de Northwoods op snelheid kwamen. In maart, toen de 2,2GHz Pentium 4 op de markt werd gebracht, werd AMD definitief ontkroond als performance-leider. In die drie maanden tussen de release van de Athlon XP 2100+ op de CeBIT in maart en de release van de Athlon XP 2200+ in juni, liep de achterstand ten opzichte van de snelste Pentium 4 in rap tempo op. Eind mei had Intel de kloksnelheid van de Pentium 4 omhoog getild naar 2,53GHz, terwijl AMD was blijven steken op een performance-rating van 2100+ en een kloksnelheid van 1,73GHz. De kloksnelheid van de 0,18 micron Palomino had zijn absolute maximum bereikt. Tests bewezen dat er nauwelijks enige speelruimte voor overclocking was overgebleven. Het werd tijd voor AMD om een vers paard van stal te halen.
AMD in de knel
Dit nieuwe paard van het ras Thoroughbred (volbloed) zou volgens de oorspronkelijke roadmaps in het eerste kwartaal van 2002 het roer overnemen van de Palomino. In januari werd er nog vol goede moed verlossende woord leek te komen: tegelijkertijd met de introductie van de Athlon XP 2100+, gebaseerd op de Palomino core, werd aangekondigd dat AMD was begonnen met het leveren van 0,13 micron processors. Niemand had toen kunnen vermoeden dat het nog ruim drie maanden zou duren alvorens de eerste Thoroughbreds op de schappen zouden liggen.
Dat stilstand achterstand betekent, werd ondertussen pijnlijk duidelijk in de verkoopprijzen van de Athlon XP processors. In de onderstaande tabel zijn de gemiddelde verkoopprijzen van de duurste desktop processors van Intel en AMD over een periode van één jaar weergegeven. De gegevens zijn afkomstig uit de pricewatch:

Zoals je ziet is de introductie van de QuantiSpeed rating zeer succesvol gebleken voor AMD. Tot de komst van de Athlon XP werd AMD gedwongen om zijn processors onder de prijs van een gelijk geklokte Pentium 4 te verkopen, ondanks het feit dat de Athlon op gelijke kloksnelheid aanzienlijk betere prestaties levert. De QuantiSpeed-rating heeft ervoor gezorgd dat de consument zich niet meer laat beïnvloeden door feitelijk nietszeggende kloksnelheidsgetalletjes. Verder is het opvallend dat de prijsdifferentiatie tussen de processors van Intel en AMD toeneemt naarmate Intel een snelheidsvoordeel heeft (of lijkt te hebben volgens de perceptie van de consument), en afneemt zodra de processors van AMD gelijkwaardig of beter presteren. De laatste maanden is het prijsverschil ondanks (of juist dankzij) aanhoudende prijsverlagingen van Intel opnieuw toegenomen. De situatie was begin juni voor AMD inmiddels dermate zorgwekkend dat de gemiddelde verkoopprijs van de snelste Athlon XP's was gezakt onder het gemiddelde van de Thunderbird vorig jaar.

In de tweede grafiek worden de kloksnelheid van de Pentium 4 en de performance-rating van de Athlon XP met elkaar vergeleken. De trend van de grafiek laat zien dat AMD zich ernstig zorgen mag maken over de positie van de Athlon XP ten opzichte van de Pentium 4, zeker als de cijfers van de eerste grafiek in ogenschouw worden genomen.
De kloksnelheid van de Pentium 4 en het modelnummer van de Athlon XP zijn weliswaar niet helemaal op prestaties vergelijkbaar, maar het zijn wel de twee factoren waarmee de consument beide processors vergelijkt. Ik weet dat sommigen stellig beweren dat de performance rating van de Athlon XP niet vergeleken mag worden met de kloksnelheid van de Pentium 4. De officiële lezing van AMD was inderdaad dat de zogeheten QuantiSpeed-rating is gebaseerd op de kloksnelheid van een vergelijkbaar presterende Thunderbird core, maar je moet wel erg naïef zijn om te geloven dat AMD zijn processors vergelijkt met een oude core die al lang en breed is vergeten en bij de gemiddelde consument hooguit associaties oproept met een animatieserie uit de jaren zestig of een bepaald type auto van Ford, terwijl de Athlon XP en Northwood akelig vergelijkbaar presteren als twee processors met een gelijke performance-rating cq kloksnelheid tegenover elkaar worden gezet. Inmiddels lijkt men ook zelf te erkennen dat de model-rating is gebaseerd op een vergelijking met de Pentium 4, zoals valt te concluderen uit deze passage in de FAQ op AthlonXP.AMD.com:
Q: What do the 2200+, 2100+, 2000+, 1900+, 1800+ and 1700+ numbers mean?
A: These are model numbers. AMD identifies the AMD Athlon XP processor using model numbers, as opposed to megahertz, such as the 2200+, 2100+, 2000+, 1900+, 1800+ and 1700+ versions. Model numbers are designed to communicate the relative application performance among the various AMD Athlon XP processors. The AMD Athlon XP processor 2200+ can outperform an Intel Pentium® 4 processor operating at 2.2GHz on a broad array of end-user applications.
De vraag waarom het zo lang heeft moeten duren voordat de Thoroughbred werd gelanceerd, is er een die velen bezighoudt. Het moge duidelijk zijn dat AMD absoluut baat heeft bij 0,13 micron productie. De kloksnelheid van de Athlon XP moet opgekrikt worden om gelijke tred te houden met het prestatieniveau van de Pentium 4, de productiekosten moeten omlaag om het effect van de lage verkoopprijzen te beperken en de warmteproductie van de Athlon XP cores moet beperkt worden om de Athlon processors geschikt te houden voor gebruik in een niet-stikstofgekoelde desktop computer

. Al enige tijd gaan er speculaties dat AMD problemen heeft met de toepassing van zijn 0,13 micron procédé. Hoewel deze geruchten ten stelligste werden ontkend door de toenmalige CEO Jerry Sanders - volgens hem waren de yields gelijkwaardig aan die van Intel - zijn er op z'n minst goede redenen om te geloven dat de binsplits aan de slechte kant zijn. Dit betekent dat de geproduceerde processors weliswaar functioneren, maar dat slechts een klein deel geselecteerd kan worden voor de hogere kloksnelheden. De magere overklokresultaten van de Thoroughbred core (waarover later meer) bevestigen de vermoedens.

AMD 0,13 micron chipfabriek in Dresden, Duitsland
Het is goed mogelijk dat het 0,13 micron procédé op termijn wel goede resultaten zal leveren en dat de Athlon XP processors uiteindelijk naar de 2,5GHz zullen kruipen, maar voorlopig lijkt AMD niet in staat om het geweld van de Pentium 4 te counteren. Mocht AMD daartoe wel in staat zijn geweest, dan hadden we tegelijkertijd met de introductie van de 2200+ op z'n minst ook een 2300+ en een 2400+ mogen verwachten. AMD kan het komende half jaar nog een moeilijke tijd tegemoet zien. De afgelopen twee kwartalen werden al met verlies afgesloten en voor het tweede kwartaal werden de omzetverwachtingen tot tweemaal toe naar beneden bijgesteld.
De Thoroughbred core onder de loep
Hoewel de Thoroughbred voor AMD zeker een belangrijke vooruitgang is, hoeft de eindgebruiker helaas weinig verbeteringen te verwachten. De Thoroughbred core is in feite niets meer dan een die-shrink van de Palomino. Dit betekent dat er geen enkele performance verbetering is te verwachten, behalve natuurlijk de betere prestaties als gevolg van hogere kloksnelheden. De oppervlakte van de chip is ten opzichte van de Palomino met 37,5 procent verkleind naar 80 vierkante millimeter.

Na de rechthoekige Thunderbird en de vierkante Palomino heeft de vorm van de core opnieuw een verandering ondergaan,. De core is wederom rechthoekig van vorm. Waarschijnlijk betreft het hier een voorbereiding op de later dit jaar te verschijnen Barton core met 512KB L2 cache: plak de cache ernaast en je hebt weer een vierkante core. Dankzij de afwijkende vorm is het erg eenvoudig om een Thoroughbred nog voor aankoop te onderscheiden van de oudere Athlon XP's gebaseerd op de Palomino core. Het trio is hieronder op de foto gezet - links de Thoroughbred, in het midden de Palomino en rechts de Thunderbird:

Gelukkig zijn er wel een paar positieve bijverschijnselen van de overgang naar 0,13 micron productietechnologie. De Thoroughbred werkt op een lagere spanning dan de Palomino processors en verbruikt daardoor minder energie. De spanning is niet gelijk voor alle leden van de Thoroughbred-familie, maar neemt toe naarmate de kloksnelheid hoger wordt. Het feit dat AMD nu al naar de overklokkers-trucendoos moet grijpen is een teken aan de wand dat het bedrijf problemen heeft om de kloksnelheid van de Thoroughbred naar voldoende niveau te krikken. Het gevolg is dat de snellere Thoroughbred versies nauwelijks minder warmte produceren dan de oudere Palomino processors, en dat is een gemiste kans. De warmteproductie van de Thoroughbred, Palomino en Northwood cores is als volgt:
 |
|
 | Model & Core | Klok- snelheid | Vcore Spanning | Typical Thermal Power | Max Thermal Power | Max Stroom- sterkte |  |
 |
|
 | Athlon XP 1700+ Palomino |  | 1,47GHz |  | 1,75V |  | 57,4W |  | 64,0W |  | 36,6A |  |
 |
|
 | Athlon XP 1800+ Palomino |  | 1,53GHz |  | 1,75V |  | 59,2W |  | 66,0W |  | 37,7A |  |
 |
|
 | Athlon XP 1900+ Palomino |  | 1,60GHz |  | 1,75V |  | 60,7W |  | 68,0W |  | 38,9A |  |
 |
|
 | Athlon XP 2000+ Palomino |  | 1,67GHz |  | 1,75V |  | 62,5W |  | 70,0W |  | 40,0A |  |
 |
|
 | Athlon XP 2100+ Palomino |  | 1,73GHz |  | 1,75V |  | 64,3W |  | 72,0W |  | 41,1A |  |
 |
|
 | Athlon XP 1700+ Thoroughbred |  | 1,47GHz |  | 1,50V |  | 44,9W |  | 49,4W |  | 32,9A |  |
 |
|
 | Athlon XP 1800+ Thoroughbred |  | 1,53GHz |  | 1,50V |  | 46,3W |  | 51,0W |  | 34,0A |  |
 |
|
 | Athlon XP 1900+ Thoroughbred |  | 1,60GHz |  | 1,50V |  | 47,7W |  | 52,5W |  | 35,0A |  |
 |
|
 | Athlon XP 2000+ Thoroughbred |  | 1,67GHz |  | 1,60V |  | 54,7W |  | 60,3W |  | 37,7A |  |
 |
|
 | Athlon XP 2100+ Thoroughbred |  | 1,73GHz |  | 1,60V |  | 56,4W |  | 62,1W |  | 38,8A |  |
 |
|
 | Athlon XP 2200+ Thoroughbred |  | 1,80GHz |  | 1,65V |  | 61,7W |  | 67,9W |  | 41,2A |  |
 |
|
 | Pentium 4 Northwood |  | 2,0GHz |  | 1,50V |  | 52,4W |  | |  | 44,3A |  |
 |
|
 | Pentium 4 Northwood |  | 2,2GHz |  | 1,50V |  | 55,1W |  | |  | 47,1A |  |
 |
|
 | Pentium 4 Northwood |  | 2,26GHz |  | 1,50V |  | 56,0W |  | |  | 48,0A |  |
 |
|
 | Pentium 4 Northwood |  | 2,4GHz |  | 1,50V |  | 57,8W |  | |  | 49,8A |  |
 |
|
 | Pentium 4 Northwood |  | 2,53GHz |  | 1,50V |  | 59,3W |  | |  | 51,5A |  |
 |
Op dit moment worden alle Thoroughbreds die in omloop zijn verkocht als Athlon XP 2200+. Hoewel de processor al weer een maand geleden werd geïntroduceerd is de verkrijgbaarheid nog steeds beperkt. Volgens speculaties komt dit omdat de een groot deel van de productie verdwijnt richting grote klanten zoals Hewlett-Packard. AMD zal natuurlijk in eerste instantie de grote OEMs tevreden willen stellen. Zodra de productie toeneemt kunnen we ook Thoroughbreds met een lagere model-rating verwachten, zodat overlapping ontstaat met de oudere Palomino-Athlons.

De Thoroughbred core maakt gebruik van het vertrouwde Socket A dat twee jaar geleden werd geïntroduceerd en sinds de release van de 266MHz FSB's Athlons in oktober 2000 geen belangrijke veranderingen heeft ondergaan. Een BIOS update en ondersteuning voor de Vcore spanning van de Thoroughbred is voldoende om oudere moederborden geschikt te maken voor de nieuwe core. In de praktijk betekent dit dat alle borden die geschikt zijn voor de Palomino in theorie ook met de Thoroughbred moeten kunnen werken. De hoge stroomsterkte die nieuwe Thoroughbred processors in de toekomst zullen vragen, kan wel een beperking vormen voor oudere moederborden.
Helaas zijn niet alle fabrikanten even gewillig om BIOS updates te maken. Controleer dus even op de site van je moederbordfabrikant of een dergelijke BIOS update beschikbaar is, als je van plan bent om een ouder moederbord te upgraden. Op AMD.com is een overzicht te vinden van moederborden die door AMD zijn goedgekeurd voor gebruik met de Thoroughbred core.
De 0,13 micron Athlon XP kan gekoeld worden met dezelfde heatsink/fans als de oudere Palomino modellen. Omdat de kleine Thoroughbred chip meer warmte per oppervlakte-eenheid produceert, is het aan te raden om te kiezen voor een kwalitatief goede heatsink. De aantrekkelijk geprijsde tray versie zonder koeler.
Meer gedetailleerde technische informatie over de Thoroughbred core is beschikbaar in de AMD Athlon Model 8 datasheet en het AMD Athlon XP whitepaper.
Testopstelling
De prestaties van de Athlon XP 2200+ heb ik beoordeeld aan de hand van een vergelijking met de Pentium 4 2,26GHz en de oudere Athlon XP 2000+. De P4 2,26GHz is nauwelijks duurder dan de Athlon XP 2200+ en kan profiteren van een extra snelle 533MHz FSB. Om een representatieve vergelijking te maken is er gekozen voor een systeem met de Intel 845E chipset en DDR SDRAM. Rambus geheugen is weliswaar sneller, maar ook een stuk duurder. Twee reepjes van 256MB kosten bij elkaar al gauw 120 euro meer dan een vergelijkbare hoeveelheid DDR SDRAM. Dit is ook de reden waarom het grootste deel van de Pentium 4 systemen wordt geleverd met DDR. Temeer een reden om de vergelijking te baseren op de i845E chipset.
De test werd begonnen met het Gigabyte GA-7VRXP moederbord dat was meegeleverd in de testmachine die AMD ons had toegezonden. Wegens een defect (zie beneden) heb ik de plank moeten vervangen door een Epox EP-8K3A+. De Socket 478 doos draaide op een Asus P4B533. Verder werden 512MB TwinMOS PC2700 geheugen gebruikt, een Western Digital WD1200JB harde schijf en een VisionTec Xtasy GeForce4 Ti4600 videokaart gebruikt. De prestaties van de Athlon XP 2200+ werden gemeten met de geheugenbus op 333MHz en 266MHz (representatief voor PC2100 geheugen). Bij de benchmark-vergelijking met de P4 is uitgegaan van de opstelling met PC2700 geheugen.
 |
|
 | Testopstelling | Socket A | Socket 478 |  |
 |
|
 | Processor(s) |  | Athlon XP 2200+ Athlon XP 2000+ |  | Pentium 4 2,26GHz |  |
 |
|
|
 | CPU-koeler |  | Taisol CGK760172 |  | Intel P4 boxed HSF |  |
 |
|
 | Moederbord |  | Epox 8K3A+ |  | Asus P4B533 |  |
 |
|
 | Chipset |  | VIA KT333 |  | Intel 845E |  |
 |
|
 | Geheugen |  | 2x 256MB TwinMOS PC2700 CL2,5 |  | 2x 256MB TwinMOS PC2700 CL2,5 |  |
 |
|
 | Harddisk |  | WD1200JB 120GB |  | WD1200JB 120GB |  |
 |
|
 | Videokaart |  | GeForce4 Ti4600 |  | GeForce4 Ti4600 |  |
 |
|
 | Voeding |  | Antec 430W |  | Antec 430W |  |
 |
|
 | OS |  | Windows XP Pro |  | Windows XP Pro |  |
 |
|
 | Chipsetdriver |  | VIA 4-in-1 4.38 |  | Intel INF 4.00.1009 |  |
 |
|
 | Videodriver |  | nVidia Detonator 29.30 |  | nVidia Detonator 29.30 |  |
 |





Onze testhardware werd gepijnigd middels een groot aantal benchmarks, variërend van low-level geheugenbandbreedte-tests tot Photoshop filterbenchmarks. Helaas bleek deze marteling teveel voor het Gigabyte GA-7VRXP moederbord waarmee de test werd begonnen. Tijdens het draaien van de tweede Quake III timedemo op 1921MHz ging het beeld plotseling op zwart, waarna rook- en geursignalen mij een fractie van een seconde later deden duiden op een doorgefikte voltage regulator. Nadat de rood gloeiende VRM was afgekoeld resteerde een groot gapend gat. Waarom de voltage regulator zichzelf oprookte is mij niet duidelijk. De kloksnelheid was maar zes procent boven spec en de Vcore was met slechts 10 procent verhoogd. Vreemd genoeg werd door het bord een standaard Vcore van 1,55V gemeten, terwijl 1,65V de bedoeling hoort te zijn.

Foto toen alles nog peis en vree was

R.I.P. Gigabyte GA-7VRX. Dood, stuk, kaputt.
Overclocking
Tweakers.net was nep.tweakers.net geweest als ik in deze review geen aandacht besteed zouden hebben aan overclocking. Normaal gesproken mag je na een die-shrink zeer goede overklokresultaten verwachten, omdat de core meer potentieel heeft dan de kloksnelheid van de op dat moment snelst verkrijgbare processor. De 0,13 micron Pentium 4 Northwood staat al sinds zijn introductie te boek als een zeer begaafde overklokker. Het is geen vreemd voorkomend verschijnstel als een P4 1,6A meer dan 2,4GHz haalt. Ons P4 2,26GHz exemplaar bleek niet minder teleurstellend en haalde met de stock koeling en een minimale Vcore-verhoging moeiteloos 2,8GHz. Op deze snelheid draaide de frontside bus op een fenomenale 660MHz en het geheugen op 330MHz (effectieve datarate).
Helaas is de overklokbaarheid van 0,13 micron Athlon XP processors tot op heden zeer teleurstellend gebleken. De bevindingen met ons exemplaar zijn in overeenstemming met de teleurstellende resultaten van andere sites. In eerste instantie wilde onze XP 2200+ wel posten op 1,93GHz, maar uiteindelijk bleek 1,89GHz de hoogste stabiele kloksnelheid. Dit is slechts vijf procent boven de standaard snelheid van 1,8GHz. De slechte overklokbaarheid van de Thoroughbred core is wederom een aanwijzing dat AMD moeilijkheden heeft met het uitrollen van hun 0,13 micron technologie.
Warmteproductie
Over de warmteproductie van de Athlon XP 2200+ kan ik niet ontevreden zijn. De heatsink bleef tamelijk koel en werd nauwelijks warmer dan de Pentium 4 koeler. Als AMD de Vcore spanning van de Athlon XP 2300+, 2400+ en 2500+ niet verlaagt zal het echter niet lang meer duren alvorens we terug zijn op het oude niveau van de Palomino.
 |
 | CPU temperatuur idle (graden Celcius) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   28 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   31 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   41 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   46 |  |
 |
 |
 | CPU temperatuur stressed (graden Celcius) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   40 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   45 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   49 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   53 |  |
 |
 |
 | Heatsink temperatuur idle (graden Celcius) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   27,1 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   28,4 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   32,9 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   34,1 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   34,2 |  |
 |
 |
 | Heatsink temperatuur stressed (graden Celcius) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   33,1 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   35,4 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   36 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   36,5 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   36,9 |  |
 |
Vanwege een grote onverklaarbare afwijking zijn de CPU temperaturen van de Athlon XP 2000+ niet meegenomen. De meting van de CPU temperatuur werd uitgevoerd door het moederbord. Omdat de Athlon XP en Pentium 4 processors en moederborden verschillend zijn kunnen de resultaten niet met zekerheid als vergelijkbaar beschouwd worden. De heatsink temperaturen werden gemeten met een temperatuur sensor die op vergelijkbare posities aan de basis van de heatsink werd geplaatst. Tijdens de tests werd de omgevingstemperatuur constant gehouden. RC5 werd gebruikt om de CPU te stressen. Ter informatie zijn de scores hieronder vermeld:
 |
 | Distributed.net RC5 keyrate (KKeys/s) |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   6670 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   6350 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   3994 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   3275 |  |
 |
Low-level benchmarks (1)
We beginnen ons benchmarkfestijn met een aantal low-level benchmarks die inzicht verschaffen in de performance van de geheugen- en cache-systemen van de geteste processors en chipsets. Grote afwijkingen in de geheugenperformance kunnen een verklaring geven voor verschillen in de applicatiebenchmarks op de volgende pagina's. De geheugenbenchmarks op deze pagina werden uitgevoerd door het DOS programma Cachemem. Cachemem produceert niet alleen bandbreedte cijfers maar ook interessante latency metingen.
 |
|
 | Cachemem cache latency (klokcycli) |  |
 |
|
 | Blocksize > |  | 8KB |  | 16KB |  | 32KB |  | 64KB |  | 128KB |  | 256KB |  | 512KB |  |
 |
|
 | Athlon XP |  | 4 |  | 4 |  | 4 |  | 4 |  | 20 |  | 20 |  | |  |
 |
|
 | Pentium 4 |  | 1 |  | 2 |  | 19 |  | 29 |  | 24 |  | 24 |  | 42 |  |
 |

Hoewel de L1 cache van de Pentium 4 een lagere latency heeft dan de L1 cache van de Athlon XP, levert de cache van de Athlon betere prestaties in het grote gebied tussen 16KB en 64KB. Dit is te danken aan de grotere omvang van de L1 data cache: 64KB bij de Athlon XP versus 16KB bij de Pentium 4. De latency in termen van klokcycli is in de bovenstaande grafiek omgerekend naar de latency in tijd. De Pentium 4 moet weliswaar verder fietsen om bij z'n L2 cache te komen, maar arriveert dankzij een snellere tred toch eerder op bestemming.
 |
 | Cachemem L1 cache read bandbreedte (MB/s) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   20911,9 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   17053,2 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   16517,9 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   15678,4 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   14516,6 |  |
 |
 |
 | Cachemem L1 cache write bandbreedte (MB/s) |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   13664,3 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   12969,7 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   12008,7 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   9343,6 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   7623,9 |  |
 |
 |
 | Cachemem L1 cache read bandbreedte per MHz (MB/s) |  |
 |
 | Athlon XP |   8,7 |  |
 |
 | Pentium 4 |   7,5 |  |
 |
De Pentium 4 2,26GHz heeft in absolute termen meer L1 leesbandbreedte dan de Athlon XP 2200+. De Athlon XP heeft desondanks een uitstekende L1 cache architectuur. Gerelativeerd naar de kloksnelheid presteert de Athlon XP namelijk beter dan de P4. Opvallend is het grote verschil tussen de L1 cache lees- en schrijfperformance van de Pentium 4. De Athlon XP's presteren op dit gebied aanmerkelijk beter, ondanks een veel lagere kloksnelheid.
 |
 | Cachemem L2 cache read bandbreedte (MB/s) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   11352,3 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   9260,5 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   5569,4 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   5286,4 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   4894,7 |  |
 |
 |
 | Cachemem L2 cache write bandbreedte (MB/s) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   9415,3 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   7683,9 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   5789,4 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   5495,2 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   5088,0 |  |
 |
 |
 | Cachemem L2 cache read bandbreedte per MHz (MB/s) |  |
 |
 | Pentium 4 |   4,0 |  |
 |
 | Athlon XP |   2,9 |  |
 |
De L2 cache bandbreedte van de Pentium 4 is veruit superieur aan de Athlon XP. Dit is niet opzienbarend, omdat de L2 cache bus van de Pentium 4 maar liefst vier keer zo breed is als de bus van de Athlon XP. De ontwerpers van de Athlon processor hebben gekozen voor een groot L1 cache, zodat er minder L2 cache benaderingen nodig zijn en er minder bandbreedte op de cache bus wordt verstookt. Omdat de latency van de L2 cache verder nauwelijks verschilt van de Pentium 4 zal de Athlon XP in de praktijk weinig nadeel ondervinden van de lagere L2 cache bandbreedte.
 |
 | Cachemem DRAM read bandbreedte (MB/s) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   1746,0 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   1435,6 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   1408,9 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   1364,0 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   1294,6 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   1276,7 |  |
 |
 |
 | Cachemem DRAM write bandbreedte (MB/s) |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   659,6 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   625,9 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   624,1 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   577,2 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   489,3 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   457,6 |  |
 |
Net als bij de L1 cache benchmarks zien we hier grote verschillen tussen de lees- en schrijfbandbreedte van de Pentium 4. De snelle FSB van de Pentium 4 en de goede prestaties van de Intel 845E chipset brengen de P4's aan kop in de leesbandbreedte benchmark. Een verklaring voor de goede prestaties van de Athlon XP met DDR266 (PC2100) geheugen kan ik niet geven.
 |
 | Cachemem DRAM latency (klokcycli) |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   226 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   244 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   244 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   256 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   333 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   357 |  |
 |
 |
 | Cachemem DRAM latency (nanoseconden) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   127,3 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   129,1 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   135,6 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   135,6 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   142,2 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   147,0 |  |
 |
De hoge latencies van de Pentium 4 in combinatie met Rambus geheugen zijn al vaker in onze nieuwsberichten ter sprake gekomen. De Cachemem DRAM latency benchmarks bewijzen dat de Pentium 4 2,26GHz ook met DDR SDRAM getroffen wordt door hoge geheugen latencies: de Pentium 4 2,26GHz moet als laatste aansluiten in het lijstje. Het beeld keert in het voordeel van de Pentium 4 zodra de FSB een flinke oppepper krijgt. Op 660MHz FSB en een geheugenbus van 330MHz presteert de Pentium 4 beter dan alle Athlon XP processors. De VIA KT333 chipset doet het met PC2700 geheugen en een asynchrone bus net wat betere dan met PC2100 op een synchrone geheugenbus.
Low-level benchmarks (2)
SiSoft Sandra 2001 en 2002 werden gevraagd om een 'second opinion' te geven over de geheugenbandbreedte resultaten van Cachemem. De verschillen blijken groot te zijn. De nieuwste versie van SiSoft Sandra lijkt over SSE of 3DNow! optimalisaties te beschikken, waardoor zowel de Athlon XP als de Pentium 4 aanzienlijk beter scoren dan in eerdere versies van de benchmark en diagnose suite.
 |
 | SiSoft Sandra 2002 Integer geheugenbandbreedte SIMD optimized (MB/s) |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   2087 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   1986 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   1923 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   1852 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   1794 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   1501 |  |
 |
 |
 | SiSoft Sandra 2001 Integer geheugenbandbreedte (MB/s) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   954 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   876 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   804 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   791 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   786 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   735 |  |
 |
De Athlon XP presteert zeer goed in SiSoft Sandra 2002 en bereikt een geheugenbandbreedte die dicht in de buurt komt van het theoretische maximum. Deze limiet bedraagt 2,24GB/s bij de overgeklokte XP en 2,13GB/s bij de Athlon XP 2200+ en 2000+. Veel waarde kunnen we echter niet hechten aan de Sandra 2002 scores omdat veel applicaties geen SIMD optimalisaties (kunnen) gebruiken bij het benaderen van het geheugen. Daarom is ook de oudere Sandra 2001 test uitgevoerd. De Athlon XP 2200+ presteert goed in deze test en eindigt dankzij het gebruik van PC2700 geheugen net voor de Pentium 4.
 |
 | MemLatencyPlus Maximum assignments per sec * 1.000.000 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   69,12 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   65,56 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   65,56 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   60,73 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   33,39 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   27,46 |  |
 |
 |
 | MemLatencyPlus Average assignments per sec * 1.000.000 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   17,27 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   15,47 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   15,47 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   15,11 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   12,58 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   10,98 |  |
 |
MemLatencyPlus is een latency benchmark die werd ontwikkeld door het Open Source Benchmark Initiative van Van's Hardware. De hoge latencies van de Pentium 4 architectuur zijn duidelijk zichtbaar in de resultaten van de MemLatencyPlus test. De latency grafieken van de Pentium 4 2,26GHz (boven) en Athlon XP 2200+ (onder) zijn hieronder weergegeven. De XP 2200+ levert over bijna de gehele linie betere prestaties dan de Pentium 4. Alleen in het voor de Athlon XP niet cachebare gebied tussen 384KB en 512KB heeft de P4 een lagere latency.


Harddisk burstrates
Om een beeld te geven van de harddisk performance van de twee rivaliserende platformen werd ook dit onderdeel van het systeem aan een test onderworpen. De harde schijf prestaties hebben uiteraard niets van doen met de prestaties van de processor, maar zijn wel van invloed op de scores van de applicatiebenchmarks.
 |
 | SiSoft Sandra 2002 Filesystem buffered read (MB/s) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   82 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   80 |  |
 |
 |
 | ATTO Disk benchmark maximum write (KB/s) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   82443 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   74565 |  |
 |
 |
 | ATTO Disk benchmark maximum read (KB/s) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   74078 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   65731 |  |
 |
Het Epox moederbord presteert in alle tests onder het niveau van de Asus P4B533-E. De Gigabyte GA-7DXR, die onze tests met de dood moest bekopen, deed het daarentegen juist beter dan de Asus. In de SiSoft en ATTO benchmarks haalde de GA-7DXR een throughput van respectievelijk 85MB/s, 91,3MB/s en 73,0MB/s. Het verschil met de Epox is vreemd omdat beide plankjes dezelfde VIA VT8233A southbridge gebruiken.
Synthetische benchmarks (1)
Het populaire benchmark proggie SiSoft Sandra beschikt over een aantal tests die inzicht kunnen geven in de rauwe integer, floating point en SIMD prestaties van de Athlon XP en Pentium 4.
 |
 | SiSoft Sandra 2002 Dhrystone ALU |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   5254 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   5240 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   4973 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   4970 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   4601 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   4272 |  |
 |
De Athlon XP 2200+ presteert duidelijk beter in de Dhrystone integer performance test dan de Pentium 4 2,26GHz. Op 2,8GHz zijn de prestaties nagenoeg gelijk aan de overgeklokte Athlon XP op 1,89GHz.
 |
 | SiSoft Sandra 2002 Whetstone FPU |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   3438 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   2790 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   2622 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   2488 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   2488 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   2303 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   1463 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   1194 |  |
 |
Waar de ontwerpers van de AMD K7 core veel aandacht hebben besteed aan de prestaties van de x87 floating point unit, heeft het Pentium 4 designteam van Intel nauwelijks resources toegekend aan de ontwikkeling van de FPU. De Pentium 4 steunt voor het bereiken van acceptabele floating point prestaties volledig op het gebruik van SSE2 instructies. Met behulp van SSE2 optimalisaties, waarvan de scores in de bovenstaande grafiek oranje gekleurd zijn, presteert de P4 2,26GHz ongeveer 12 procent beter dan x87 FPU van de Athlon XP 2200+.
Het effect van de lage x87 performance van de Pentium 4 hebben we in het verleden kunnen zien in slechte prestaties in 3D applicaties zoals 3D Studio Max en Lightwave. Inmiddels beschikken veel van dergelijke applicaties over SSE en SSE2 optimalisaties, waardoor de prestaties van de Pentium 4 op vergelijkbaar of beter niveau als de Athlon XP zijn gekomen.
 |
 | SiSoft Sandra 2002 Multimedia Integer SSE / SSE2 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   11132 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   10404 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   9871 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   9866 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   9141 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   9074 |  |
 |
 |
 | SiSoft Sandra 2002 Multimedia Floating Point SSE / SSE2 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   13558 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   12093 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   11473 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   11472 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   11057 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   10623 |  |
 |
De scores van de Pentium 4 in de SiSoft Sandra Multimedia test werden uitgevoerd met behulp van SSE2 instructies en de Athlon XP's, die geen ondersteuning hebben voor SSE2, maakten gebruik van hun SSE unit. Zoals je uit de resultaten kunt opmaken, kan er geen kwaad woord gezegd worden over de SSE implementatie van AMD. Zowel op het gebied van integer als floating point prestaties is de Athlon XP 2200+ beter dan de Pentium 4 2,26GHz met SSE2 optimalisaties.
 |
 | PCMark 2002 CPU |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   6754 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   5620 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   5299 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   5293 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   5045 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   4952 |  |
 |
PCMark 2002 is een synthetische desktop/office benchmark van MadOnion, de ontwikkelaars van de welbekende 3DMark benchmark. De test bestaat uit een aantal bewerkingen die veel voorkomen in home en office progamma's, zoals zlib compressie. De Athlon XP is traditioneel sterk in dergelijke applicaties en levert daarom goede prestaties in PCMark. Het verschil met de Pentium 4 is echter beperkt.
Synthetische benchmarks (2)
De SPECViewperf benchmark van de Standard Performance Evaluation Corporation is een portable OpenGL benchmark geschreven in C. De SPECViewperfs tests zijn gebaseerd op traces van de graphics workload van bekende CAD en 3D applicaties zoals 3D Studio Max en Pro Engineer. SPECViewperf heeft daarom meer significantie dan pure kunstmatige benchmarks zoals SiSoft Sandra.
 |
 | SpecViewperf 7.0 3DStudio Max |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   8,355 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   8,113 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   8,023 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   7,854 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   7,613 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   6,857 |  |
 |
De 3dsmax-01 viewset is gebaseerd op een trace van 3DStudio Max 3.1. Dit is een al wat oudere release van 3DStudio waarin de Pentium 4 beduidend slechter presteert dan in de laatste versies. De superieure x87 prestaties van de Athlon XP komen duidelijk naar voren in de scores. Zelfs de traagste Athlon XP is sneller dan de P4 op 2,8GHz. De geheugenperformance heeft een grote impact op de 3DS prestaties, blijkens het feit dat de Athlon XP 2200+ met DDR266 geheugen slechter presteert dan de XP 2000+ met DDR333.
 |
 | SpecViewperf 7.0 DRV |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   40,95 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   38,12 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   34,78 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   34,35 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   30,42 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   26,07 |  |
 |
DesignReview is een pakket dat veel gebruikt wordt bij het bekijken en manipuleren van drie dimensionale modellen van industriële constructies. Het model dat in de SPECViewperf test wordt gebruikt is gebaseerd op een off-shore olieplatform. Evenals bij de 3DStudio simulatie wordt de Pentium 4 in deze test gehinderd door zijn matige x87 prestaties. De Athlon XP gaat met ruime voorsprong aan de leiding.
 |
 | SpecViewperf 7.0 DX |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   45,8 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   42,84 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   38,98 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   38,43 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   27,77 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   23,60 |  |
 |
De DX viewset is gebaseerd op Visualization Data Explorer van IBM, een applicatie die wordt gebruikt voor het visualiseren en analyseren van wetenschappelijke gegevens. De resultaten van de test spreken voor zich.
 |
 | SpecViewperf 7.0 Light |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   11,36 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   10,57 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   10,11 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   9,65 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   9,043 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   7,679 |  |
 |
De light-05 viewset, gebaseerd op Lightscape Visualization System van Discreet Logic, is wederom het domein van de Athlon XP processors. De voorsprong op de Pentium 4's is echter wel wat kleiner dan in de voorgaande tests.
 |
 | SpecViewperf 7.0 PROE |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   9,170 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   8,596 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   7,984 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   7,886 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   7,685 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   6,858 |  |
 |
De Proe-01 viewset werd afgeleid van de workload van de veel gebruikte CAD applicatie Pro/Engineer. Opnieuw eindigen de Athlon XP's als snelste in de test.
 |
 | SpecViewperf 7.0 UGS |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   5,157 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   4,964 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   4,923 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   4,806 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   4,777 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   4,711 |  |
 |
Tenslotte een test waarin de Athlon XP niet het kroontje draagt. UGS-01, gebaseerd op Unigraphis V17, is waarschijnlijk sterk afhankelijk van de OpenGL prestaties van de videokaart. Dit verklaart het minimale tussen de P4 scores op normale en overgeklokte snelheid.
Applicatiebenchmarks (1)
De beste manier om de snelheid van een processor aan de tand te voelen is nog altijd door de prestaties van échte applicaties te meten. Dit is precies wat applicatiebenchmarks zoals SysMark en Winstone doen. SysMark bestaat uit veel gebruikte office en content creation programma's zoals Microsoft Office, Macromedia Dreamweaver en Adobe Photoshop. SysMark 2002 voert het principe van een applicatiebenchmark nog wat verder door en simuleert ook complete werkomgevingen. Een voorbeeld hiervan is de Content Creation test, waarin Photoshop en Dreamweaver tegelijkertijd op de desktop draaien en er regelmatig geswitched wordt tussen beide applicaties.
 |
 | SysMark 2002 Office Productivity |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   185 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   163 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   158 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   155 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   151 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   150 |  |
 |
 |
 | SysMark 2002 Content Creation |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   349 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   285 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   243 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   228 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   221 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   208 |  |
 |
De Athlon XP 2200+ en de Pentium 4 2,26GHz presteren vrijwel gelijk in de Office Productivity test. Het verschil in de Content Creation benchmark is daarentegen erg groot. Dit roept de vraag op of de resultaten van de SysMark 2002 Content Creation benchmark representatief zijn voor de werkelijkheid, omdat de grote kloof tussen de Athlon XP en Pentium 4 in geen enkele andere benchmark zichtbaar is. Er zijn vermoedens dat Content Creation erg afhankelijk is van de Windows Media Encoding performance, die dankzij SSE2 optimalisaties hoger is op de Pentium 4. Om een betrouwbaarder beeld te geven van de prestatieverschillen tussen de Pentium 4 en Athlon XP zijn op de komende pagina's ook SysMark 2000 scores toegevoegd.
 |
 | LAME MP3 encoding (seconden) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   94 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   102 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   108 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   108 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   115 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   116 |  |
 |
LAME is één van de meest populaire MP3 encoders. Het programma heeft optimalisaties voor MMX, 3DNow! en SSE en komt daarom op alle processorarchitecturen tot zijn recht. Ons MP3'tje werd op de Athlon XP 2200+ in ongeveer zeven procent minder tijd gaar gekookt dan op de 2,26GHz Pentium 4. De overklok naar 2,8GHz brengt de P4 met ruime afstand aan de leiding.
 |
 | SysMark 2000 Paradox 9 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   231 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   229 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   225 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   221 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   217 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   210 |  |
 |
 |
 | SysMark 2000 NaturallySpeaking Pref 4.0 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   307 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   275 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   272 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   261 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   251 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   249 |  |
 |
Helaas ging SysMark 2000 onder Windows XP nogal tegendraads te werk, waardoor het niet is gelukt om de complete suite te draaien. Omdat SysMark 2000 in tegenstelling tot SysMark 2002 geen gebruik maakt van multi-tasking kunnen we wel de individuele scores van de werkende tests vermelden.
De Athlon XP presteert veelal sterk in office programma's en dat manifesteert zich ook in de Paradox scores. NaturallySpeaking is traditioneel het domein van de Intel processors. Dit was al het geval bij de Pentium III en is opnieuw het geval bij de Pentium 4 generatie.
Applicatiebenchmarks (2)
De Bryce 4, CorelDraw 9 en Photoshop 5.5 tests van SysMark 2000 en de PSBench filterbenchmark werden geselecteerd om een alternatief te bieden voor de Content Creation suite van SysMark 2002. Alle vier tests leverden resultaten op die tegenstrijdig zijn met de uitkomst van SysMark 2002 Content Creation:
 |
 | SysMark 2000 Bryce 4 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   443 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   424 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   413 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   407 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   388 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   361 |  |
 |
 |
 | SysMark 2000 Coreldraw 9 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   457 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   443 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   435 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   425 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   418 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   355 |  |
 |
De Athlon XP 2200+ is in zowel Bryce als Coreldraw sneller dan de Pentium 4 2,26GHz. In beide tests eindigt de Pentium 4 op de laatste plaats. De overgeklokte Pentium 4 weet in de Bryce benchmark nog de eerste plaats te bemachtigen, maar in Coreldraw 9 moeten zelfs de 1000MHz tragere Athlon XP's voorgelaten worden.
 |
 | SysMark 2000 Photoshop 5.5 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   326 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   317 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   312 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   309 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   304 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   297 |  |
 |
 |
 | Photoshop 6.0.1 PS Bench Intermediate (seconden) |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   280,9 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   283,4 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   292,5 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   309,1 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   331,1 |  |
 |
Ondanks het populaire geloof dat AMD CPU's minder goed presteren in Photoshop dan processors van Intel, wordt de P4 2,26GHz zowel in Photoshop 5.5 als 6.0.1 voorbij gefietst door de Athlon XP 2200+. De misvatting dat AMD processors ongeschikt zijn voor Photoshop stamt nog uit de tijd dat AMD het moest doen met de gemankeerde FPU van de K6. De uitkomsten van de synthetische floating point en SIMD benchmarks hebben al aangetoond dat de Athlon erg goed presteert in deze disciplines. Hetzelfde beeld is zichtbaar in de Photoshop resultaten.
Gamebenchmarks
Tenslotte mogen onze twee kemphanen hun kwaliteiten bewijzen in het spelen van spelletjes. 3DMark is weliswaar geen echte game, maar kan ze wel erg goed na-apen. Hoewel het verschil tussen de Pentium 4 2,26GHz en Athlon XP 2200+ nog minder dan een halve procent is, moet de P4 toch achter in het rijtje aansluiten. Op 2,8GHz presteert de P4 net iets beter dan de minder goed overklokbare Athlon XP:
 |
 | 3DMark 2001SE |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   11241 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   11144 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   10644 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   10431 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   10362 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   10229 |  |
 |
 |
 | Quake III Arena 1.17 demo001 (fps) |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz @ 2,8GHz |   275,4 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ @ 1,89GHz |   254,9 |  |
 |
 | Pentium 4 2,26GHz |   237,9 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ |   233,7 |  |
 |
 | Athlon XP 2000+ |   225,7 |  |
 |
 | Athlon XP 2200+ (DDR266) |   222,6 |  |
 |
Quake III Arena is al jaren de defacto standaard als het aankomt op het benchmarken van game performance. In het verleden presteerden de Pentium 4 processors aanzienlijk beter in Quake III dan de Athlon CPU's van AMD, maar dankzij SSE ondersteuning en verbeteringen van de geheugenperformance heeft AMD een inhaalslag kunnen maken. Uitgerust met DDR SDRAM is de Pentium 4 op stock klok nauwelijks sneller dan de Athlon XP. Als ook het overclockingpotentieel van de beide processors in vergelijking wordt genomen, komt de Pentium 4 met ruimte afstand op kop.
Conclusie
De conclusie van deze review is tweeledig. De Athlon XP 2200+ levert prima prestaties en kan de vergelijking met de Pentium 2,26GHz probleemloos doorstaan. In veruit de meeste benchmarks levert de 2200+ betere prestaties dan de P4 2,26GHz met DDR SDRAM. Voor mensen die geen plannen hebben om te overklokken is de Athlon XP 2200+ dankzij zijn lagere prijs en hogere performance een betere keuze dan de Pentium 4 2,2GHz. Als je meer prestaties verlangt dan een 2200+ kan leveren, ben je aangewezen op de Pentium 2,4GHz of 2,53GHz. Eerlijk gezegd kan ik me geen situatie voorstellen waarin de prestaties van de 2200+ niet toereikend zijn. De prijsklasse tussen 200 en 300 euro biedt tegenwoordig zoveel performance dat het nauwelijks te rechtvaardigen is om meer geld uit te geven voor een paar procent extra snelheid. Tot zover niets dan lof over de nieuwste telg in de Athlon XP familie.
Anders wordt het als ook de factor overclocking in beschouwing wordt genomen. De Pentium 4 is koning op dit gebied en niet met een klein beetje afstand, maar met een onoverbrugbaar grote voorsprong. Overklokkers zullen meer voldoening vinden in het overklokken van een P4 dan in het aanduwen van een Athlon XP, die zich schrap zet als een eigenwijs varken en met geen mogelijkheid vooruit is te krijgen. Dat is weliswaar wat overdreven gezegd, maar niemand kan ontkennen dat de overklokresultaten van de Thoroughbred zwaar teleurstellend zijn voor de eerste verschijning van een nieuwe die-shrink. Normaal gesproken mag je een overklok van minimaal twintig procent verwachten nog voordat de trucendoos van Vcore-verhogingen, heatsinkmods en waterkoeling open wordt getrokken.

De tegenvallende schaalbaarheid van de Thoroughbred core betekent niet alleen slecht nieuws voor ons tweakers, maar vormt ook reden voor grote bezorgdheid bij AMD. We hebben gezien dat AMD in de afgelopen twee weken tot twee maal toe een winstwaarschuwing heeft gegeven wegens teleurstellende omzetcijfers in het tweede kwartaal. Waar aanvankelijk een omzet van 900 miljoen dollar werd verwacht, moet nu rekening gehouden worden met een omzet van $600 miljoen. Dat is meer dan 30 procent beneden verwachting! AMD noemt tegenvallende verkopen door een slechte markt als reden voor de belabberde omzetcijfers, maar de werkelijke oorzaak heeft waarschijnlijk veel te maken met het feit dat AMD in de afgelopen drie maanden in termen van performance een grote achterstand heeft opgelopen op Intel. Daardoor is een aanzienlijke erosie van de verkoopprijzen opgetreden. De overgang naar 0,13 micron zal de situatie enigzins velichten omdat de productiekosten zullen dalen, maar een terugkeer naar winst is alleen mogelijk als een inhaalslag ten opzichte van Intel wordt gemaakt.
Voorlopig is een inhaalslag niet aan de orde. Tot de komst van de Barton core in het vierde kwartaal zal AMD rekening moeten houden met een groeiende achterstand ten opzichte van Intel. Intel zal proberen om de marges van AMD verder onder druk te zetten door zijn kleine concurrent steeds verder in het low-end segment te pushen. De situatie is niet nieuw voor AMD, een bedrijf dat jarenlang met verliezen heeft moeten kampen en zich voor outsiders in een schijnbaar uitzichtloze positie bevond. De komst van de Hammer geeft mogelijkheden voor een succesvolle rebound in de eerste helft van 2003. Verbeteringen van het 0,13 micron procédé kunnen van de Thoroughbred ondertussen alsnog een hele interessante processor maken.