AMD: Designed for dual-core
Voor AMD lag de situatie heel anders: De K8 is van meet af aan ontworpen om in een later stadium voorzien te worden van een tweede core. De Opteron maakt namelijk al sinds zijn introductie gebruik van de zogeheten 'Direct Connect' architectuur, waarin tot vier processors rechtstreeks met elkaar in contact staan via HyperTransport-links. Onder andere omdat de processors toegang tot elkaars geheugen nodig hebben, moeten ze naast opdrachten voor zichzelf ook opdachten voor andere cores uit kunnen voeren. Daarnaast moet een processor kunnen dienen als tussenstation voor de communicatie tussen twee andere chips. Om deze twee redenen zat al in de eerste versie van de Opteron (en dus ook de Athlon 64) een compleet arbitragemechanisme ingebouwd, de System Request Interface. Het enige verschil tussen de huidige situatie en de nieuwe dual-cores is dat er nu verzoeken van acht in plaats van vier verschillende cores in de queue kunnen staan, een weinig ingrijpende uitbreiding.

Ook op andere manieren is te merken dat AMD al lang van te voren rekening heeft gehouden met de overstap naar dual-core. Zo werkt alles gewoon samen met de bestaande Socket 940/939-moederborden, zonder extra koeling. Het enige dat nodig is om te kunnen upgraden naar dual-core is een BIOS-update. Voor Intel ligt de situatie anders: als voorbereiding op de komst van Smithfield werd de hoogste categorie TDP voor de desktop recentelijk verhoogd van 115 naar 130 watt, en de Pentium D vereist officiëel bovendien een nieuw moederbord met i945- / i955XE-chipset (hoewel dat in de praktijk waarschijnlijk wel losloopt).
Timing en strategische overwegingen
Tweakers.net vroeg Bruce Shaw (de directeur van de afdeling Global Enterprise Marketing and Business Development bij AMD) waarom dit specifieke moment is uitgekozen om met dual-coreprocessors uit te komen, als de infrastructuur er toch allang klaar voor was. Dit blijkt alles te maken te hebben met de productiecapaciteit. De yields van het 90nm-procédé in Fab 30 hebben recentelijk een volwassen niveau bereikt, en daarom denkt het bedrijf nu klaar te zijn om de maar liefst 233 miljoen transistors tellende chips in grote aantallen te kunnen produceren. AMD heeft een beperkte capaciteit tot zijn beschikking en op 130nm zou het bakken van dergelijk grote chips simpelweg te kostbaar zijn geweest.
Intel lijkt ondertussen handig in te willen spelen op de beperkte capaciteit van AMD. Het mag voorlopig dan wel niet (kunnen) concurreren met dual-core serverchips, maar behalve het behalen van een marketingoverwinning door 'de eerste' te zijn probeert het AMD ook onder druk te zetten met een aggresief prijsbeleid voor desktopchips. Als de Athlon 64 X2 de Pentium D gaat volgen en de gewone klant massaal overstapt op dual-core zal zowel de winstmarge als de capaciteit van beide bedrijven kleiner worden. Het verschil is alleen dat Intel veel meer speelruimte heeft dan AMD, onder andere door een zeer sterke financiële situatie, veel meer fabrieken, het gebruik van grotere wafers (300mm) en een voorsprong op het gebied van 65nm-productie. Het zou dus voorlopig niet slim zijn om de Athlon 64 X2 té aantrekkelijk te maken qua prijs, want de winst die de overstap van 130nm naar 90nm heeft opgeleverd zou dan voor een groot deel weer opgaan aan het leveren van grofweg twee keer zo grote chips voor hetzelfde geld. Voorlopig laat AMD zich echter niet verleiden, zoals we verderop zullen zien.


Ook op andere manieren is te merken dat AMD al lang van te voren rekening heeft gehouden met de overstap naar dual-core. Zo werkt alles gewoon samen met de bestaande Socket 940/939-moederborden, zonder extra koeling. Het enige dat nodig is om te kunnen upgraden naar dual-core is een BIOS-update. Voor Intel ligt de situatie anders: als voorbereiding op de komst van Smithfield werd de hoogste categorie TDP voor de desktop recentelijk verhoogd van 115 naar 130 watt, en de Pentium D vereist officiëel bovendien een nieuw moederbord met i945- / i955XE-chipset (hoewel dat in de praktijk waarschijnlijk wel losloopt).
Tweakers.net vroeg Bruce Shaw (de directeur van de afdeling Global Enterprise Marketing and Business Development bij AMD) waarom dit specifieke moment is uitgekozen om met dual-coreprocessors uit te komen, als de infrastructuur er toch allang klaar voor was. Dit blijkt alles te maken te hebben met de productiecapaciteit. De yields van het 90nm-procédé in Fab 30 hebben recentelijk een volwassen niveau bereikt, en daarom denkt het bedrijf nu klaar te zijn om de maar liefst 233 miljoen transistors tellende chips in grote aantallen te kunnen produceren. AMD heeft een beperkte capaciteit tot zijn beschikking en op 130nm zou het bakken van dergelijk grote chips simpelweg te kostbaar zijn geweest.
Intel lijkt ondertussen handig in te willen spelen op de beperkte capaciteit van AMD. Het mag voorlopig dan wel niet (kunnen) concurreren met dual-core serverchips, maar behalve het behalen van een marketingoverwinning door 'de eerste' te zijn probeert het AMD ook onder druk te zetten met een aggresief prijsbeleid voor desktopchips. Als de Athlon 64 X2 de Pentium D gaat volgen en de gewone klant massaal overstapt op dual-core zal zowel de winstmarge als de capaciteit van beide bedrijven kleiner worden. Het verschil is alleen dat Intel veel meer speelruimte heeft dan AMD, onder andere door een zeer sterke financiële situatie, veel meer fabrieken, het gebruik van grotere wafers (300mm) en een voorsprong op het gebied van 65nm-productie. Het zou dus voorlopig niet slim zijn om de Athlon 64 X2 té aantrekkelijk te maken qua prijs, want de winst die de overstap van 130nm naar 90nm heeft opgeleverd zou dan voor een groot deel weer opgaan aan het leveren van grofweg twee keer zo grote chips voor hetzelfde geld. Voorlopig laat AMD zich echter niet verleiden, zoals we verderop zullen zien.

Volgende pagina (Details over Opterons - 4/5)